x

Zoek resultaten

Loading...


Nauwkeurigheid versus reproduceerbaarheid

 

Om het verschil tussen deze twee specificaties aan te geven nemen wij u graag mee naar de cockpit in uw eigen auto. Daarin heeft u een kilometer teller met snelheidaanwijzing. Telkens wanneer deze bijvoorbeeld 120 km/h aanwijst rijdt u 135,5 km/h. Heel reproduceerbaar, maar niet echt nauwkeurig. Daarnaast kan het ook heel kostbaar zijn.

Als u weet wat de afwijking is, is de nauwkeurigheid wellicht niet meer zo belangrijk. Dan rijdt u gewoon altijd 105 op de teller en alles is onder controle.

Voor regelfuncties mag een flowmeter wellicht een fikse afwijking hebben. Als die afwijking maar altijd hetzelfde is, regelt men gewoon op een "bekende" waarde.

Nauwkeurigheid wordt vooral van belang wanneer een flowmeting gebruikt wordt voor de verrekening van geleverde producten. Zowel de leverende als de ontvangende partij is gebaat bij een nauwkeurig meting. Voor verrekeningsmetingen worden daarom strengere eisen gesteld aan o.a. nauwkeurigheid en betrouwbaarheid. Vroeger was de Nederlandse IJkwet van toepassing. Nu is de Metrologiewet van toepassing en vormt de MID (Measuring Instrument Directive) de richtlijn voor dit type flowmetingen in de EU.

Zowel voor de nauwkeurigheid als de reproduceerbaarheid kan de specificatie worden afgegeven in percentage van meetwaarde of Measured Value (% MW of % MV) of in percentage van volle schaal of Full Scale (% FS). Men dient de opgegeven specificatie kritisch te beoordelen. Een flowmeter met een nauwkeurigheidspecificatie van 2 % MV geeft in het ondergebied een waarde aan die veel dichter bij de waarheid ligt dan die met een 1 % FS.

Voor verschildruk flowmetingen is dit zeker relevant. Een (verschil)druktransmitter met opgegeven turndown van 100:1 en een specificatie van 0,1 % FS lijkt heel goed te zijn, maar heeft onder in het meetbereik, richting de 1 % van volle schaal een meetfout van 10 % van meetwaarde. Dit is de belangrijkste reden dat vaak gewerkt wordt met "stacked" transmitters. Er worden 2 of meer dP-transmitters geplaatst, waarbij de ene in het lage dP-bereik gebruikt wordt, en de andere in het hoge bereik. Een flowcomputer bepaalt welke transmitter actief is.

 
Nauwkeurigheid vs. herhaalbaarheid