x

Zoek resultaten

Loading...


Flowelementen

 

Gestandaardiseerd

ISO 5167 beschrijft verschildruk (dP) flowmetingen. De gestandaardiseerde flowlementen zijn de:

Het meest toegepaste flowlement is de meetplaat, in het bijzonder om de eenvoud en prijs. Het element heeft echter ook beperkingen. Daarvan zijn de belangrijkste de erosie- en vervuilinggevoeligheid, en het blijvend drukverlies. Indicatief: het blijvend drukverlies is ca. 50 % van het gemeten dP.

ISA- en long radius nozzles hebben een ronde inlaat. Dit heeft geen positief effect op het blijvend drukverlies, maar de gevoeligheid voor erosie is nihil. Overigens, alle dP-elementen kunnen voorzien worden van een verhard oppervlak, het zg. stellite. Dat maakt een flowelement nog minder gevoelig voor erosie-effecten.

Venturi-nozzles en klassiek venturis hebben een verlengd uitstroomgedeelte, waardoor een heel groot gedeelte van het drukverlies teruggewonnen wordt. Hoe kleiner de uitstroomhoek, des te lager is het blijvend drukverlies. Indicatief: het blijvend drukverlies van een venturi-nozzle en klassiek venturi is 10-15 % van het gemeten dP. Deze flowelementen zijn weliswaar duurder dan een meetplaat, maar worden vooral gebruikt waar drukverliezen minimaal zouden moeten zijn, lage druk applicaties (doorgaans in grote leidingen) en eventueel waar erosie tot problemen zou kunnen leiden.

Niet-gestandaardiseerd

Andere, niet-gestandaardiseerde meetelementen zijn de

Alle elementen hebben hun eigen kenmerken en ook toepassingsgebied. De PTC-6 nozzles staan bekend om hun uitzonderlijke specificaties. De cone-meters zijn bijvoorbeeld heel geschikt voor vervuild gas (deeltjes), nat gas in de olie en gas industrie, en ook bijvoorbeeld condenserend biogas. De quadrant nozzle wordt aanbevolen voor applicaties met zeer lage Re-getallen.  Pitotbuizen zijn insteek-elementen, en daardoor eventueel interessant voor metingen in grotere leidingen.

 
Flowelementen