Verschildruk flowmeters
Een oude meettechniek om een debiet te bepalen is de verschildruk flowmeting (dP-meting). In een leiding wordt een obstructie (primair flowelement) geplaatst. Het gemeten drukverschil over deze obstructie is proportioneel met het debiet.
Er zijn verschillende primaire flowelementen. Het meest bekend is de meetplaat (orifice in het Engels, en die term wordt ook vaak in Nederland gehanteerd, zo ook meetflens). De meetplaat bestaat uit een vlakke metalen plaat met een rond gat in het midden, die doorgaans tussen 2 flenzen geklemd wordt. Er worden 2 druknamepunten (tapping is het Engels) geplaatst vóór en achter de meetplaat. Het gemeten drukverschil is kwadratisch met de flow. Andere bekende primaire flowelementen zijn de ISA-nozzle, long-radius nozzle, venturi nozzle en klassieke venturi. Daarnaast zijn er nog vele andere, w.o. de segmentplaat, cone-meter, PTC-6 nozzle, quadrant nozzle, en wedgemeters.
De meettechniek is weliswaar oud, maar wordt nog steeds veel toegepast. dP-metingen hebben verschillende voordelen:
- Gestandaardiseerd in ISO 5167 (!)
- Eenvoudig qua concept
- In alle materialen te maken
- Geschikt voor hoge en lage temperaturen
- Ook voor hoge drukken
- Gelaste constructies te maken (lees: minimale lekkagebronnen)
- Toe te passen in grote tot extreem grote leidingen
- Eenvoud in onderhoud
- Relatief goedkoop
Natuurlijk heeft deze meettechniek ook beperkingen, waarvan de belangrijkste zijn:
- Beperkte turndown
- Grotere onzekerheid aan de onderkant van het meetbereik
- Drukval betekent ook energieverlies
- Vervuilinggevoelig
Erosiegevoelig wordt hier niet expliciet vermeld omdat met de keuze voor nozzles of venturis hier heel goed op geanticipeerd kan worden. Het blijvend drukverlies over een primaire flowelement kan beperkt blijven indien gekozen wordt voor een venturi nozzle of klassieke venturi. Met een kleine uitstromingshoek wordt deze geminimaliseerd.
De applicatie bepaalt uiteindelijk of de dP-meting een goede keuze is.

